Studerend kind? Ondersteun het fiscaal!

Wanneer een kind gaat studeren, brengt dit hoge kosten met zich mee. Meestal heeft het kind recht op studiefinanciering, maar in de praktijk blijkt dat deze overheidsbijdrage niet toereikend is om zowel de studiekosten als de kosten van levensonderhoud te dekken. Kinderen worden daarom vaak financieel gesteund door hun ouders door bijvoorbeeld een maandelijkse bijdrage. De vraag is of deze maandelijkse bijdrage bij de ouders tot aftrek kan leiden. En als dat niet zo is: welke andere mogelijkheden er zijn om kinderen (fiscaal gunstig) te ondersteunen.

 

Aftrek kosten voor levensonderhoud kinderen

Ouders die hun kinderen financieel steunen tijdens hun studie, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een forfaitaire aftrek in de inkomstenbelasting. Deze voorwaarden zijn als volgt:

  • het kind is jonger dan 30 jaar;
  • het kind wordt ten minste in belangrijke mate onderhouden. Dit staat gelijk aan een bedrag van minimaal € 408 per kalenderkwartaal;
  • de kosten moeten op de ouders drukken;
  • de ouders voelen zich moreel verplicht tot het doen van de uitgaven;
  • het kind heeft geen recht op studiefinanciering, tegemoetkoming in de studiekosten of een buitenlandse vergelijkbare regeling.
  • de ouders hebben geen recht op kinderbijslag of een buitenlandse vergelijkbare regeling.

Onder kosten van levensonderhoud worden niet alleen verstaan de eerste kosten van levensonderhoud zoals eten, drinken, kleding en huisvesting, maar ook studiekosten. De mogelijkheid voor ouders om de kosten van levensonderhoud van hun kind in aftrek te brengen is ook van toepassing wanneer het kind om een andere reden dan het volgen van een studie niet in staat is in zijn levensonderhoud te voorzien. De hoogte van de aftrek is forfaitair bepaald en is onder meer afhankelijk van de mate van onderhoud en de leeftijd en woonsituatie van het kind.

 

Schenking

Niet elke bevoordeling van ouders aan kinderen is een schenking. Ouders hebben een wettelijke plicht om hun kinderen te onderhouden tot hun 21ste levensjaar. De bijdrage door ouders aan hun kind voor kosten van levensonderhoud dan wel studiekosten kan als een schenking worden aangemerkt. In de Successiewet is een regeling opgenomen, die ervoor zorgt dat er feitelijk geen schenkbelasting betaald hoeft te worden. Er kan namelijk kwijtschelding worden verleend van de verschuldigde schenkbelasting. Daarvoor moet aangetoond worden dat de bijdrage alleen is bedoeld voor de kosten van levensonderhoud dan wel studiekosten die het kind zelf kan bekostigen. Let op: de leeftijdsgrens is 27 jaar in geval van een bijdrage voor studiekosten!

Wanneer niet aan de hiervoor genoemde voorwaarden wordt voldaan, kunnen ouders er ook voor kiezen om (eenmalige) schenkingen aan hun kinderen te doen ter ondersteuning. Er geldt een jaarlijkse vrijstelling van € 5.030. Bij schenking aan kinderen tussen 18 en 35 jaar kan éénmalig gebruik worden gemaakt van de verhoogde vrijstelling van € 24.144. Daarnaast is het bij een studie waarvoor de kosten aanzienlijk hoger zijn dan gebruikelijk ook mogelijk om éénmalig een bedrag van € 50.300 belastingvrij te schenken. Wanneer de kosten van een studie ten minste € 20.000 per jaar bedragen, wordt dit aangemerkt als een studie waarvan de kosten aanzienlijk hoger zijn dan gebruikelijk is. Daarnaast is een notariële akte vereist, waarin wordt opgenomen voor welke studie de schenking is gedaan en wat de daarvoor te verwachten kosten zijn. De schenking dient onder ontbindende voorwaarde te worden gedaan. Indien het geld niet binnen twee kalenderjaren na het jaar waarin de schenking is gedaan aan de in de notariële akte vermelde studie wordt besteed, wordt de schenking ontbonden.

 

Aftrek van scholingsuitgaven

Indien het kind zelf zijn studiekosten betaalt, kan hij deze in aftrek brengen als scholingsuitgaven. Hiervoor gelden forfaitaire bedragen indien het kind studiefinanciering geniet, maar mogen de werkelijke kosten in aftrek worden gebracht wanneer het kind geen studiefinanciering ontvangt. In beide gevallen geldt een drempel van € 500 per jaar. Daarnaast dient het volgen van de studie als doel te hebben dat het kind hiermee in de toekomst inkomen gaat verwerven.

Het probleem is vaak dat de meeste studerende kinderen niet voldoende inkomen hebben om zelf hun studiekosten te kunnen betalen. In dat geval kan het een oplossing zijn om geld te lenen van hun ouders. Hierbij is het van belang dat een leningsovereenkomst wordt opgesteld, anders kan de belastingdienst het standpunt innemen dat de studiekosten niet op het kind drukken. Tevens is het van belang dat voor de lening een rentepercentage van minimaal 6% overeengekomen wordt, anders kan er alsnog sprake zijn van een schenking. Het gevolg van deze manier van ondersteunen kan zijn, dat het kind geen positief inkomen heeft in het jaar waarin hij de scholingsuitgaven in aftrek brengt. De scholingsuitgaven die niet verrekend kunnen worden in een jaar, worden door de inspecteur als niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek vastgesteld. Dit kan vervolgens in de op het jaar van aftrek volgende kalenderjaren alsnog met positieve inkomens worden verrekend.

 

Berichtenarchief

kolom_bottom