Vaste inrichting: nieuwe fiscale regeling

Internationaal opererende ondernemingen die in Nederland zijn gevestigd, kunnen de verliezen van een buitenlandse vaste inrichting onder de huidige wetgeving verrekenen met hun Nederlandse winst in het jaar waarin dat verlies wordt geleden. Negatieve ontwikkelingen in het buitenland raken hierdoor direct de Nederlandse belastingopbrengst. Als de vaste inrichting in latere jaren winst behaalt, wordt deze verliesverrekening teruggenomen door toepassing van de zogenaamde inhaalregeling. Maar het terugnemen van die verliezen kan eenvoudig worden uitgesteld, voor onbepaalde tijd, en wel door de vaste inrichting om te zetten in een dochtervennootschap.

Het kabinet wil deze verliesimport beperken en stelt daarom voor om vaste inrichtingen fiscaal op dezelfde manier te gaan behandelen als buitenlandse deelnemingen. Resultaten van de vaste inrichting - winsten of verliezen - blijven buiten de Nederlandse winst, net als bij buitenlandse deelnemingen. Daarbij vervalt ook de zogenaamde onderworpenheidseis. Verliezen bij staking van een vaste inrichting blijven wel aftrekbaar in Nederland, bij het hoofdkantoor.

Net als bij deelnemingen komt er een regeling om constructies via laagbelastende landen tegen te gaan. Voor passieve vaste inrichtingen gaat de objectvrijstelling niet gelden: bij winst uit zo'n vaste inrichting geeft Nederland een verrekening van de in het andere land betaalde belasting. Verliezen uit zo'n passieve vaste inrichting worden niet of in zeer beperkte mate in aanmerking genomen.

Berichtenarchief

kolom_bottom