Uitstel van betaling bij de Belastingdienst

Als een ondernemer tijdelijk niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen, kan hij via de BelastingTelefoon (kort) uitstel van betaling aanvragen. Hiervoor moet hij wel aan een aantal voorwaarden voldoen, die hierna aan de orde komen. Via de BelastingTelefoon kan de ondernemer maximaal vier maanden uitstel van betaling krijgen, vanaf de dag na de uiterste betaaldatum van de (oudste) aanslag. De Belastingdienst brengt vanaf die datum wel invorderingsrente in rekening.

De ondernemer kan alleen telefonisch uitstel van betaling aanvragen voor een aanslag die hij heeft ontvangen. Bovendien mag zijn totale openstaande belastingschuld niet meer zijn dan   € 20.000. Hierbij telt een toeslagschuld of een belastingschuld waarvoor hij uitstel van betaling heeft in verband met een lopend bezwaar, niet mee voor het bedrag van € 20.000. Vereist is nog dat de ondernemer geen dwangbevel heeft gekregen voor zijn openstaande belastingschuld, hij geen onbetaalde vergrijpboete heeft en voor zijn openstaande belastingschuld nog geen uitstel van betaling heeft gekregen (behalve voor een bezwaarprocedure). Tot slot is vereist dat de ondernemer tijdig aangifte heeft gedaan en geen sprake is van een aangifteverzuim.

Zijn de betalingsproblemen ernstiger en heeft de ondernemer langer uitstel van betaling nodig? Dan kan hij voor elke aanslag uitstel aanvragen, behalve voor motorrijtuigenbelasting. In het algemeen geeft de Belastingdienst geen uitstel voor zakelijke belastingschulden, omdat dit de concurrentieverhoudingen met andere ondernemers zou kunnen verstoren. Onder voorwaarden geeft de Belastingdienst echter wel uitstel, als de ondernemer voor de hele belastingschuld zekerheid kan geven.

Het verzoek om uitstel van betaling kan de ondernemer ook schriftelijk indienen met het formulier "Verzoek betalingsregeling en uitstel van betaling van belasting en/of premie voor ondernemingen". Op het uitstelformulier kan de ondernemer een voorstel doen hoe hij de aanslag wil betalen. Voorwaarde is dat de aanslag zo snel mogelijk moet zijn betaald, maar in ieder geval uiterlijk binnen twaalf maanden. Na de (laatste) betalingstermijn moet de ondernemer altijd rente betalen, ook als hij uitstel heeft gekregen.

Berichtenarchief

kolom_bottom