Belasting- en invorderingsrente

Met ingang van 2014 zijn de belasting- en invorderingsrente fors verhoogd.  Voor de belasting- en invorderingsrente wordt aangesloten bij de wettelijke rente voor niet-handelstransacties. Elk halfjaar wordt de wettelijke rente voor niet-handelstransacties aangepast. Nieuw is dat in 2014 daarbij een ondergrens geldt van 4%. Sinds 1 januari 2014 bedraagt deze 3%, maar omdat dit lager is dan de ondergrens van 4%, is de belastingrente op dit moment 4%.

Voor de vennootschapsbelasting wordt voor de belasting- en invorderingsrente aangesloten bij de wettelijke rente voor handelstransacties, met een ondergrens van 8%. Ook deze rente wordt elk halfjaar aangepast. De belasting- en invorderingsrente voor de vennootschapsbelasting is op dit moment 8,25%.

Belastingrente

Voor de aanslagbelastingen (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) start het tijdvak waarover de Belastingdienst belastingrente berekent, zes maanden na afloop van het belastingjaar. Uitgaande van een kalenderjaar is dit 1 juli. Als de aangifte niet voor 1 april wordt ingediend, kan men voorkomen dat belastingrente verschuldigd wordt door binnen vier maanden na afloop van het belastingjaar (dus voor 1 mei) een verzoek om een voorlopige aanslag in te dienen. Als uit de daarna in te dienen aangifte volgt dat meer belasting is verschuldigd dan volgens de voorlopige aanslag, dan is over dat meerdere belastingbedrag belastingrente verschuldigd vanaf 1 juli. Voor oudere belastingjaren dan 2013 loopt de hoge rente nu al. Bij aanslagbelastingen wordt belastingrente berekend met inachtneming van de betalingstermijn. Die betalingstermijn is bij de inkomsten- en vennootschapsbelasting zes weken na dagtekening van de aanslag. Over de periode na 1 april 2014 tot het einde van de betalingstermijn zal dus het thans geldende hogere rentepercentage in rekening worden gebracht.

Voor de erfbelasting is de hoogte van het rentepercentage gekoppeld aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties. De hoofdregel is dat de belastingrente wordt berekend vanaf acht maanden na het overlijden, tot één dag voordat de belastingaanslag invorderbaar is. En dat is zes weken na dagtekening van de aanslag.

Voor aangiftebelastingen (loonbelasting, btw) geldt dat bij naheffingsaanslagen het tijdvak waarover rente wordt berekend, loopt van de dag volgend op het kalender- of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft tot de dag voorafgaand aan die waarop de betalingstermijn verloopt. Indien de naheffingsaanslag het gevolg is van een vrijwillige verbetering van een aangifte die binnen drie maanden na het einde van het jaar is gedaan, wordt geen belastingrente in rekening gebracht. Wanneer de vrijwillige verbetering later dan drie maanden na het einde van het jaar wordt gedaan, is over de periode tot aan het moment dat de naheffingsaanslag wordt opgelegd wel belastingrente verschuldigd.

De Belastingdienst vergoedt belastingrente als een (voorlopige) aanslag met een terug te geven bedrag wordt opgelegd later dan zes maanden na afloop van het belastingjaar en de inspecteur te lang heeft gedaan over het vaststellen van de aanslag. "Te lang" is meer dan acht weken na een verzoek om een voorlopige aanslag vast te stellen. Na ontvangst van een aangifte wordt de inspecteur geacht na uiterlijk dertien weken een voorlopige aanslag of definitieve aanslag op te leggen. Belastingrente wordt vergoed over de periode tot zes weken na dagtekening van de voorlopige of definitieve aanslag.

Invorderingsrente

Naast belastingrente kennen we ook nog invorderingsrente. Deze heeft betrekking op het feitelijk te laat betalen aan de Belastingdienst van een belastingaanslag. De hoogte van de invorderingsrente is gelijk aan die van de belastingrente. Invorderingsrente wordt in rekening gebracht over het op de vervaldag nog openstaande bedrag van de belastingaanslag tot de dag van betaling. Indien sprake is van uitstel van betaling, wordt invorderingsrente ook in rekening gebracht over de periode waarover het uitstel is verleend.

Berichtenarchief

kolom_bottom