Voorstellen uit het Belastingplan 2015

De maatregelen treden in werking per 1 januari 2015, tenzij anders aangegeven, en zijn ingedeeld naar belastingsoort.

Werkkostenregeling:

  • definitief einde keuzemogelijkheid;
  • verlaging van de vrije ruimte van 1,5% naar 1,2%;
  • introductie noodzakelijkheiscriterium voor gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur;
  • jaarlijkse afrekening van eindheffing in plaats van per aangiftetijdvak;
  • nagenoeg continuering van bestaande personeelskorting voor branche-eigen producten in de vorm van een gerichte vrijstelling;
  • introductie concernregeling: berekening vrije ruimte per concern;
  • wegnemen onderscheid tussen vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen door invoering van een gerichte vrijstelling voor een aantal werkplekgerelateerde voorzieningen waarvoor nu een nihilwaardering geldt.

 

Overige maatregelen in de loonheffing:

  • verlaging doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling van 30% naar 25% in 2015;
  • aanpassing hoofdregel voor gebruikelijk loon. Dat bedraagt ten minste het hoogste van 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of het hoogste loon van de overige werknemers van de vennootschap op € 44.000. Er is een tegenbewijsregling;
  • opnieuw 80%-regeling bij volledige opname levenslooptegoed in 2015.

 

Woningmarktbeleid:

  • verlenging termijn renteaftrek restschulden van 10 naar 15 jaar;
  • omzetten van tijdelijke regeling verlengde termijn voor dubbele hypotheekrenteaftrek van 2 naar 3 jaar in een permanente regeling;
  • omzetten tijdelijke regeling verlengde termijn bij herleving dubbele renteaftrek na verhuur van 2 naar 3 jaar in permanente regeling;
  • verlenging termijn 6%-tarief voor herstel en renovatie van woningen en tuinwerkzaamheden tot 1 juli 2015.

 

Inkomensbeleid en pensioen:

  • verhoging van het inkomen waarbij de arbeidskorting wordt afgebouwd (afbouwgrens) van € 41.300 naar circa € 49.900 in 2015, naar circa € 50.300 in 2016 en naar circa € 51.100 in 2017. Het einde van het afbouwtraject ligt in 2015 bij een inkomen van circa € 100.800, in 2016 bij € 112.200 en in 2017 bij € 117.500;
  • verhoging afbouwpercentage algemene heffingskorting van 2% naar 2,32% in 2015 en daarna naar 3,32%;
  • verhoging tarief eerste belastingschijf IB van 36,25% naar 36,5% in 2015 en naar 36,56% in 2016;
  • opnamemogelijkheid pensioen van een zzp'er bij arbeidsongeschiktheid zonder dat revisierente is verschuldigd;
  • sanctiemaatregel in box 3 bij afkoop nettolijfrente of nettopensioen;
  • afzonderlijke vrijstelling in box 3 voor nettopensioen naast nettolijfrente.

 

Overige fiscale maatregelen

  • afschaffing ouderentoeslag in box 3 per 1 januari 2016;
  • verlaging ouderenkorting met € 83 met ingang van 2016;
  • verlaging afbouwpercentage kindgebonden budget van 7,6% naar 6,75%;
  • € 16 miljoen budget voor S&O-afdrachtvermindering;
  • introductie tijdsevenredige heffingskorting per 1 januari 2016 voor binnenlandse en kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. In 2015 wordt de gehele heffingskorting aan deze belastingplichtigen toegekend als zij slechts een deel van het jaar belastingplichtig zijn. Maatregel hangt samen met het vervallen van de keuzeregeling;
  • uitsluiting aftrek buitenlandse boeten;
  • maatregel om misbruik BPM-heffing gebruikte auto's tegen te gaan.

Berichtenarchief

kolom_bottom