Zzp'er in de zorg

Schijnzelfstandigheid is momenteel een aandachtspunt voor regering en parlement. Met schijnzelfstandigheid bedoelt men de situatie dat partijen de arbeidsrelatie uitleggen als die tussen zelfstandige en opdrachtgever, terwijl in feite sprake is van een dienstbetrekking. De Belastingdienst heeft, onder andere, binnen de zorgsector een groot aantal VAR's getoetst om vast te stellen of ze terecht waren afgegeven.

Belangrijk aandachtspunt voor de Belastingdienst is of de zelfstandige inderdaad als zelfstandige kwalificeert of niet. Dit toetst de Belastindienst op dezelfde wijze als in andere sectoren. Gekeken wordt onder meer of er sprake is van een gezagsverhouding tussen de zorgverlener/opdrachtnemer en de opdrachtgever. Aanwijzingen voor het bestaan van een gezagsverhouding zijn bijvoorbeeld (niet uitputtend):

  • de mogelijkheid tot het geven van opdrachten en aanwijzingen door de opdrachtgever;
  • de klachtenprocedure loopt via de opdrachtgever (de opdrachtnemer wordt niet rechtstreeks aangesproken);
  • de opdrachtgever houdt toezicht en controle.

Daarnaast wordt ook getoetst of de zelfstandige ondernemersrisico loopt (bijvoorbeeld debiteurenrisico). Verder is het aantal opdrachtgevers van belang. Als de zelfstandige via een bureau wordt ingeschakeld voor opdrachten, zal leidend zijn tussen wie de overeenkomsten worden gesloten. Als de afzonderlijke opdrachtgevers een contract sluiten met het bureau, heeft de zelfstandige maar éé'n opdrachtgever, namelijk het bureau. In dat geval zal de Belastingdienst de zorverlener over het algemeen niet als zelfstandige beoordelen. Sluit de zelfstandige zelf de overeenkomsten met de achterliggende opdrachtgevers, dan zal dit anders zijn.

Binnen de zorg speelt mede een rol of de zorgverlener zelfstandig een contract heeft gesloten met een zorgverzekeraar dan wel een zorgkantoor en dus zelfstandig een declaratierecht heeft voor de geleverde diensten. Als een zorgverlener via een zorginstelling werkt, heeft deze instelling het declaratierecht en niet de individuele zorgverlener. De zorginstelling heeft dan ook de eindverantwoordelijkheid voor de geleverde zorg (gezag). In die situatie beoordelen de Belastingdienst en het UWV de arbeidsrelatie over het algemeen als een dienstbetrekking.

Het is dus nog steeds mogelijk voor zorgverleners om als zelfstandige werkzaamheden te verrichten. Alleen moet de wijze waarop de werkzaamheden worden georganiseerd goed beoordeeld worden. De zorgverlener moet als zelfstandige kwalificeren en dus zelf het contract hebben met het zorgkantoor en de cliënten van het zorgkantoor. Echter, als er via een bureau gewerkt wordt, zal het bureau veelal de contracten hebben, zodat de zorgverlener niet als zelfstandige kwalificeert. Dit speelt overigens niet alleen in de zorg, maar overal waar met zelfstandigen wordt gewerkt.

Berichtenarchief

kolom_bottom