Belastingrente

Voor de winstbelasting betaalt u tegenwoordig belastingrente als de fiscus u een aanslag oplegt later dan een half jaar na het belastingjaar. Het maakt niet uit of het een gewone aanslag betreft, een voorlopige of een navordering. Voor de winst over 2014 kunt u dus met te betalen belastingrente te maken krijgen, als uw aanslag na 30 juni 2015 in de bus valt en u belasting moet betalen.

De rentepercentages zijn gekoppeld aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties voor wat betreft de IB en voor handelstransacties wat betreft de VpB. De percentages kennen een minimum van 4% voor de IB en van maar liefst 8% voor de VpB.

Wilt u een aanslag met forse rente voorkomen? Doe dan vóór 1 april (IB) of vóór 1 juni (VpB) aangifte van de winst over het voorgaande jaar. Doet u tijdig aangifte, dan betaalt u namelijk geen rente als de fiscus niet van uw aangifte afwijkt.

Lukt aangifte doen niet op tijd, vraag dan uitstel voor het doen van de aangifte. Verhoog ook het bedrag van de voorlopige aanslag voor 1 mei als u vermoedt dat deze aan de lage kant is.

Kunt u uw (voorlopige) aanslag niet (geheel) betalen wegens financiële moeilijkheden, vraag dan tijdig uitstel van betaling aan. Zorg dat uw verzoek binnen is voordat de betalingstermijn voorbij is. Bij uitstel van betaling betaalt u invorderingsrente. Deze is gekoppeld aan de wettelijke rente en bedraagt momenteel 4%.

Het zogenaamde "sparen" bij de fiscus door opzettelijk een te hoge aanslag te vragen, is voorbij. Alleen als u langer dan drie maanden op uw belastingaanslag moet wachten, krijgt u rente. En alleen als men niet is afgeweken van uw aangifte én de aanslag meer dan zes maanden na afloop van het belastingjaar is opgelegd. Bovendien vergoedt de fiscus bij vermindering van een voorlopige aanslag geen rente meer.

Berichtenarchief

kolom_bottom