Vervanging VAR leidt tot onzekerheid voor opdrachtgevers en zzp'ers

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) vervalt per 1 januari 2016. In plaats van de eerder aangekondigde BGL (Beschikking geen loonheffingen) komt er een ander systeem. Dat is bepaald in de "Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties". In het voorgestelde systeem kunnen opdrachtgevers en zzp'ers gebruikmaken van modelovereenkomsten, zoals de zorgsector die al gebruikt. Overeenkomsten kunnen aan de Belastingdienst worden voorgelegd. Als er daadwerkelijk wordt gewerkt volgens de goedgekeurde overeenkomst, hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en af te dragen. Maar biedt de nieuwe regeling de opdrachtgever en zzp'er wel voldoende zekerheid?

Achteraf kan er discussie met de Belastingdienst ontstaan over de vraag of de werkzaamheden wel daadwerkelijk conform de goedgekeurde overeenkomsten worden uitgevoerd. Zo niet, dan kunnen er alsnog naheffingen en boetes worden opgelegd aan de opdrachtgever.

De Belastingdienst toetst een (voorbeeld)overeenkomst aan de echte dienstbetrekking en de fictieve dienstbetrekkingen, zoals bijvoorbeeld voor aanneming van werk en uitzendkrachten, maar niet aan die van gelijkgestelden en thuiswerkers. De Belastingdienst kan vooraf niet vaststellen of er sprake is van een fictieve dienstbetrekking voor gelijkgestelden en thuiswerkers. Constateert de Belastingdienst achteraf dat er structureel niet conform de overeenkomst is gewerkt, dan kan er worden nageheven. In de meeste gevallen zal dan immers de fictieve dienstbetrekking voor gelijkgestelden van toepassing zijn, omdat er doorgaans 2 dagen per week tegen ten minste 40% van het minimumloon is gewerkt. Hiermee keren we terug naar de situatie van vóór 2005, waarin de VAR evenmin gold voor de fictieve dienstbetrekking. De nieuwe regeling biedt opdrachtgevers onvoldoende zekerheid.

De Belastingdienst kan evenmin aan de hand van de overeenkomst beoordelen of de zzp'er fiscaal gezien een ondernemer is. Het gebruik van de modelovereenkomst biedt alleen aan de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. Het gebruik van de modelovereenkomst geeft echter geen uitsluitsel over de fiscale status van zzp'er in de inkomstenbelasting. Hierdoor kan het gebeuren dat de Belastingdienst bij de beoordeling van de aangifte van mening is dat de zzp"er geen ondernemer is. De fiscale ondernemersfaciliteiten mogen dan niet worden toegepast. De zzp'er heeft dus pas zekerheid als zijn aanslag inkomstenbelasting definitief is geregeld.

Berichtenarchief

kolom_bottom