Einde van de afroommethode?

Bij vrije beroepers hanteert de fiscus bij het vaststellen van het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) vaak de 'afroommethode'. De toepassing hiervan lijkt door een recente uitspraak op losse schroeven te staan.

Na een uitspraak van de Hoge Raad uit 2004 is de afroommethode een belangrijke factor geworden bij het bepalen van het gebruikelijk loon van een DGA. Op voorwaarde dat de opbrengsten van de BV nagenoeg geheel voortvloeien uit de werkzaamheden van de DGA, kan hiermee een gebruikelijk loon worden bepaald aan de hand van de omzet van de BV. Hierbij mag nog wel rekening worden gehouden met kosten en een winstpercentage. Een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland, 24.11.2014 (RBNHO:2014:10956), lijkt de toepassing van de afroommethode flink te beperken.

Volgens de rechter blijkt uit het arrest uit 2004 dat de afroommethode mag worden gehanteerd, maar dat daarbij niet mag worden voorbijgegaan aan de vergelijkingsmethode. Het lijkt erop da de afroommethode niet kan worden toegepast als er op basis van de vergelijkingsmethode geen correctie mogelijk is. Hiermee is de toepassing van de afroommethode flink verminderd.

Voor u als DGA betekent dit dat het verstandig is uw gebruikelijk loon goed te onderbouwen. Ga op zoek naar het salaris van een vergelijkbare werknemer (vanaf 2015 is het criterium: de meest vergelijkbare dienstbetrekking) en leg dit vast.

Berichtenarchief

kolom_bottom