Bespaarmogelijkheden voor vermogenden box 3 per 01 januari 2017

Momenteel wordt er in box 3 uitgegaan van een fictief rendement van 4% over het vermogen per 1 januari (na aftrek van een heffingsvrij vermogen van € 24.437).
Over dit rendement wordt 30% belasting geheven. Dit komt neer op een effectieve belastingheffing van 1,2% over het vermogen.

Vanaf 1 januari 2017 wordt het fictieve rendement van 4% vervangen door een staffel van jaarlijks veranderende fictieve rendementen. Daarbij geldt: hoe meer vermogen, hoe hoger het fictieve rendement. Het belastingtarief van 30% blijft ongewijzigd.

Het omslagpunt van het nieuwe stelsel ten opzichte van het oude stelsel ligt op € 245.000 (bij fiscale partners € 490.000). Verplaatsing van het vermogen naar een andere box kan belastingvoordeel opleveren, met name in geval van lage rendementen.

Mogelijke alternatieven zijn:

Lenen geld aan de BV

Als er geld wordt uitgeleend aan een eigen bv, nemen de bezittingen in box 3 af en ontstaat er een vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1.  De bv betaalt vennootschapsbelasting over het verschil tussen de werkelijk genoten rendementen en de aan de aandeelhouder betaalde rente. De ontvangen rente is bij de aandeelhouder belast tegen maximaal 52%. Daarbij geldt een terbeschikkingsvrijstelling van 12%.

Kapitaalstorting in bv

Als er geld als kapitaal wordt gestort in een eigen bv, nemen de bezittingen in box 3 af en neemt de verkrijgingsprijs van de aandelen in box 2 toe. De bv betaalt vennootschapsbelasting over het werkelijk genoten rendement. De aandeelhouder is (alleen) bij uitkering van de rendementen aanmerkelijkbelangheffing in box 2 van 25% verschuldigd.

Kapitaalstorting in VBI

Een VBI is een naamloze vennootschap die uitsluitend belegt in financiële instrumenten (effecten, banktegoeden) en die ten minste twee aandeelhouders heeft waarbij geen van de aandeelhouders een belang van meer dan 90% houdt. Als er kapitaal wordt gestort in een VBI, nemen de bezittingen in box 3 af en neemt de verkrijgingsprijs van de aandelen in box 2 toe. De VBI betaalt vanwege een vrijstelling geen vennootschapsbelasting over de werkelijk genoten rendementen. Bij de aandeelhouder wordt jaarlijks een fictief voordeel van 5,39% (2017) van de waarde in het economische verkeer van de aandelen op peildatum 1 januari met een aanmerkelijkbelangheffing in box 2 tegen 25% belast.

Het verplaatsen van box 3-vermogen naar een andere box kan voordeel opleveren in de vorm van een lagere belastingdruk. In de praktijk is het uiteindelijke voordeel sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval (de omvang van het vermogen, het rendement op het vermogen, da administratie- en advieskosten, enz.).

Berichtenarchief

kolom_bottom