Pas op met het aflossen van uw overbedelingsschuld

Bent u, senior, van plan om de hoge box 3-heffing op uw spaargeld te voorkomen door de overbedelingsschuld aan uw kinderen te gaan aflossen? Pas op: dan kan tot gevolg hebben dat uw kinderen alsnog een rentebate in box 1 moeten aangeven, terwijl u de rente niet kunt aftrekken. En de vervroegde aflossing vormt een schenking, waarover de kinderen schenkbelasting verschuldigd zijn.

Het aflossen van de overbedelingsschuld kan fiscaal averechtse gevolgen hebben als die schuld is ontstaan vóór 2001, onder de Wet IB 1964. Bij aflossing van de schuld krijgen de kinderen alsnog de bij hun vordering bijgeschreven rente uitgekeerd en die rente, vanaf de datum van overlijden tot en met 31 december 2000, is bij hen belast in box 1, tegen het progressieve tarief. Voor een aftrek van deze rentepost is geen overgangsregeling getroffen.

Voor de rente die vanaf 1 januari 2001, onder de Wet IB 2001, is bijgeschreven, is dit probleem niet aan de orde. De overbedelingsschuld en de bijbehorende vorderingen zijn gedéfiscaliseerd, buiten de belastingheffing geplaatst.

De belastingheffing over de oude "gerijpte" rente kan worden voorkomen door dat rentebedrag niet af te lossen. Vereist is een schriftelijke overeenkomst tussen senior en de kinderen waarin is vastgelegd dat het bedrag van de aflossing uitsluitend betrekking heeft op de hoofdsom, en eventueel rente voor zover die betrekking heeft op de periode vanaf 1 januari 2001.

De voortijdige aflossing kan een belastbare schenking zijn. Als senior de nominale waarde van de hoofdsom gaat aflossen krijgen de kinderen hun vordering eerder afgelost van waar zij recht op hebben. Zij kunnen hun onderbedelingsvordering pas opeisen bij het overlijden van senior, de eerdere aflossing is een bevoordeling. Die schenking is te voorkomen door niet de nominale waarde, maar slechts de blooteigendomswaarde af te lossen.

Berichtenarchief

kolom_bottom