Fiscus bestrijdt "onbelast wegstrepen" rekening courant schuld dga

Het idee van het onbelast wegstrepen van rekeningcourantschulden van de dga komt kort gezegd op het volgende neer. Een dga neemt geld op uit zijn vennootschap en boekt dit als rekening-courantschuld. Nadat de navorderingstermijn is verstreken, stelt de dga zich op het standpunt dat de opname niet als schuld, maar als dividenduitkering had moeten worden geboekt. De rekening-courantschuld streept de dga daarom (onbelast) weg. Over de dividenduitkering is de dga uiteraard wel 25% ab-heffing verschuldigd, maar inmiddels, en hierin zit de crux, is de navorderingstermijn vestreken. De Belastingdienst kan dus niet meer navorderen!

Neemt een dga geld op in rekening-courant, dan is er in beginsel sprake van een lening. In de volgende gevallen is er echter sprake van een dividenduitkering:
  1. Schijnlening/geen reële terugbetalingsverplichting. Bij een schijnlening wordt de geldopname naar de fiscus toe als een lening gepresenteerd. De dga hoeft het geld echter niet terug te betalen. In werkelijkheid is er dus geen sprake van een lening, maar van een dividenduitkering door de vennootschap aan de dga. Hetzelfde geldt als de dga wel de bedoeling heeft om de opname terug te betalen, maar een reële terugbetalingsverplichting ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de dga onvoldoende vermogen heeft om de lening af te lossen.
  2. Formeel of materieel kwijtschelden. Een dividenduitkering is voorts aan de orde als de vennootschap de rekening-courantschuld kwijtscheldt. Het moet dan wel gaan om een onzakelijke kwijtschelding. De Belastingdienst is van mening dat ook als de dga de lening niet meer kan terugbetalen, er sprake is van een dividenduitkering. Hierop is net nodige af te dingen. Als er namelijk op het moment van opname een reële terugbetalingsverplichting aanwezig is, kwalificeert de geldopname las een lening. Het enkele feit dat de schuldenaar/aandeelhouder de lening op een later moment niet meer kan terugbetalen, betekent nog niet dat het bedrag van de lening als dividend is uitgekeerd. Dat is zelfs niet het geval indien de rekening-courantschuld als een onzakelijke lening kwalificeert. Uit tot dusver gewezen onzakelijke leningrechtspraak volgt namelijk dat voor een dividenduitkering is vereist dat de (niet zelden waardeloos geworden) onzakelijke lening formeel (civielrechtelijk) is kwijtgescholden.
  3. Oplopende rekening-courant. Veel rekening-couranten lopen geleidelijk op. Denkbaar is dat op een gegeven moment de dga de opnamen niet meer kan terugbetalen. Uitsluitend deze (meer)opnamen zijn dan een dividenduitkering.

Wie stelt, bewijst. De dga zou zich op het standpunt kunnen stellen dat op het moment van geldopname hij niet de bedoeling had om het geld terug te betalen aan de vennootschap (schijnlening), dan wel dat er geen reële terugbetalingsverplichting was. In deze gevallen is er sprake van een dividenduitkering. Als deze dividenduitkering buiten de navorderingstermijn heeft plaatsgevonden, heeft de dga onbelast vermogen aan zijn vennootschap onttrokken. De Belastingdienst merkt op dat hij het standpunt van een schijnlening niet zonder meer zal volgen, zeker niet indien civielrechtelijk en in de aangifte de opname altijd als een lening is gepresenteerd. Het ligt volledig op de weg van de dga om te onderbouwen dat er vanaf het moment van de geldverstrekking, dan wel op een later tijdstip, sprake was van een schijnlening.

Berichtenarchief

kolom_bottom