In de praktijk: uitkoop vennoot
Door: Arno Maertzdorff

Begin 2016 werd ik gevraagd voor een advies aan een onderneming. Deze onderneming was reeds jaren cliënt bij ons. Beide vennoten waren samen gehuwd geweest, maar ze zijn inmiddels al enkele jaren gescheiden. Ze dreven wel gezamelijk de vennootschap.

De samenwerking in de onderneming verliep niet vlekkeloos. Beide vennoten waren tot de slotsom gekomen, dat het het voor het bedrijf het beste zou zijn, om ook zakelijk uit elkaar te gaan. Samen vroegen ze mij om als adviseur op te treden, een vorm van mediation.

Mediation

Tijdens de sessies die volgden, kwamen vele vragen aan de orde, zoals:

  • Wie zet het bedrijf voort?
  • Wat is de waarde van de onderneming, inclusief goodwill?
  • Wat is een redelijke uitbetalingsregeling?

Na moeizame en intensieve besprekingen lag er uiteindelijk een oplossing, die we gezamenlijk opgesteld hadden. Ik heb de afspraken definitief vastgelegd en voor akkoord toegestuurd aan de vennoten.

Openbreken afspraken?

Na enkele dagen nam één van beide vennoten contact met me op. Deze vroeg om toch nog enkele zaken aan te scherpen. Het ging vooral om de wijze van uitbetaling en de verrekening van een aantal bedrijfsreserves.

Belang van beide partijen

In dit geval heb ik geweigerd om het akkoord open te breken. De gemaakte afspraken waren naar mijn overtuiging naar tevredenheid en deden recht aan beide vennoten in deze situatie. Ik reageerde dan ook stellig en afwijzend op het verzoek.

Oorspronkelijke akkoord

Drie dagen later werd het gezamenlijk bereikte akkoord ondertekend, zoals we hadden afgesproken.

Doel bewaken

Met dit voorbeeld wil ik aangeven, dat je moet aanvoelen wanneer de rek uit de onderhandelingen zijn. In dit geval was in principe alles al de revue gepasseerd. Dat was oprecht en integer gebeurd. Met beider belang was in ruime mate rekening gehouden.

Mijn plicht als adviseur

Als adviseur was dit voor mij niet gewoon even extra 'uren schrijven'. Juist in dit geval, met deels tegenstrijdige belangen, was de oplossing het enige doel. Als adviseur zie ik het mijn plicht om dit doel te bewaken, zowel voor mijn cliënt als voor mezelf.

Op het juiste moment een onderbouwd "nee" zeggen, was hier mijn essentiële bijdrage.

Arno Maertzdorff
Rouwhorst & Maertzdorff